| 1. Werkgebied voorbereiden en beschermen | Controleer water- en stroomafsluiting, bereikbaarheid, ventilatie en of kwetsbare delen buiten het werkgebied zijn afgedekt. | Ga door als de ruimte veilig toegankelijk is, de afvoerroute werkt en de te behouden onderdelen herkenbaar zijn. |
| 2. Veilig demonteren en slopen | Werk gecontroleerd rond verborgen leidingen, afvoerpunten en elektra. Stop bij onverwachte vochtplekken, instabiele delen of afwijkende leidingen. | Geef de sloop vrij wanneer de ruimte leeg, veilig en schoon genoeg is om de ondergrond en installaties te inspecteren. |
| 3. Ondergrond en bestaande techniek controleren | Controleer vlakheid, loszittende delen, vochtsporen, leidingverloop, afvoerhoogte, ventilatieaansluiting en bereikbaarheid van aansluitpunten. | Ga door als de afwijkingen zijn vastgelegd en duidelijk is welke technische aanpassingen nodig zijn voordat de ondergrond wordt gesloten. |
| 4. Water, afvoer en elektra aanpassen | Controleer maatvoering, afschot waar nodig, bereikbaarheid, afsluitmogelijkheden en of aansluitingen overeenkomen met de gekozen producten. | Geef de installatiefase vrij als de aansluitpunten zijn gecontroleerd, vastgelegd en klaar zijn om te worden weggewerkt. |
| 5. Wanden en vloer herstellen en vlak maken | Controleer vlakheid, draagkracht, droogte, aansluitingen en of de vloerafwerking de benodigde afschot- en hoogteverschillen kan opnemen. | Ga door wanneer de ondergrond stabiel, voldoende vlak en volgens de gekozen opbouw geschikt is voor de natte zones. |
| 6. Natte zones waterdicht voorbereiden | Controleer hoeken, doorvoeren, aansluitingen, overgangen en de aansluiting rond de afvoer. Volg de verwerkingsinstructies van de gekozen materialen. | Geef de waterdichting vrij wanneer alle natte zones en aansluitdetails aantoonbaar compleet zijn gecontroleerd. |
| 7. Tegelverdeling, tegelwerk, afschot en voegen | Controleer vlakheid, voegverloop, afschot naar de afvoer, tegelhechting, hoekafwerking en voldoende ruimte rond doorvoeren. | Ga door als de tegelverdeling klopt, de douchevloer naar de afvoer werkt en de voegen en aansluitingen gereed zijn. |
| 8. Sanitair, meubels en kranen monteren | Controleer bevestiging, waterpas, aansluitingen, bereikbaarheid, kitvoegen waar van toepassing en of deuren en laden vrij kunnen bewegen. | Geef de montage vrij wanneer elk onderdeel stabiel is bevestigd en de aansluitingen klaar zijn voor afzonderlijk testen. |
| 9. Water, afvoer, elektra, ventilatie en verwarming testen | Laat kranen en douche lopen, controleer afvoer en aansluitingen, test verlichting en aanwezige apparatuur, controleer ventilatie en kijk of verwarming naar behoren reageert. | Ga door als de functies afzonderlijk en samen zijn getest en er geen zichtbare lekkage, blokkade of onverklaarde storing is. |
| 10. Kitten, schoonmaken, restpunten en oplevering | Controleer kitnaden, tegel- en voegwerk, krassen, deuren, laden, afvoer, ventilatie, verlichting en de algemene werking van de ruimte. | Rond af wanneer de eindcontrole is uitgevoerd, restpunten zijn vastgelegd en de eigenaar weet hoe de belangrijkste onderdelen gebruikt en onderhouden worden. |